Maaibeleid

Dagelijks wordt er gewerkt aan het openbaar groen. Het maaien van gras gebeurt vanaf het voorjaar tot het najaar. Dat doen we niet overal op dezelfde manier. Hoe vaak en wanneer we maaien hangt af van de soorten planten en dieren die in een gebied voorkomen.  Door minder te maaien, komen er meer bloemen tot bloei. Daar komen bijen, vlinders en andere insecten op af. Hieronder vind je meer informatie over waar en wanneer we maaien. 

Grasvelden en trapveldjes

Op grasvelden en trapveldjes wordt gemaaid als het gras 9 centimeter of hoger is. In vaktermen heet dit onderhoudskwaliteit niveau B. Rondom bankjes, prullenbakken en andere ‘obstakels’, maaien we het gras vanaf 18 centimeter. Hoog gras rondom bomen wordt net voor de laatste maaibeurt in oktober met de bosmaaier gemaaid. Dit is om schade aan bomen te voorkomen. Ook bevordert het de biodiversiteit. Het gras rondom bomen is hierdoor wat hoger. 

Ecologische velden en wadi’s

Op deze plekken maaien we tot maximaal 80% van het grasoppervlak om ruimte te geven aan biodiversiteit. Maaien gebeurt van 1 tot 15 juni en van 1 oktober tot 15 november. 

Bermen op bedrijventerreinen

Het gras op de bedrijventerreinen krijgt een maaibeurt tussen 1 juni en 15 juli en tussen 1 oktober en 15 november. De lengte van het gras na het maaien is 10-15 centimeter.

Bermen en taluds langs gemeentewegen en fietspaden

De bermen in het buitengebied maaien we twee keer per jaar. Dit gebeurt tussen 1 juni en 15 juli en tussen 1 oktober en 15 november. Tijdens de eerste maaibeurt wordt alleen de eerste meter vanaf de weg gemaaid. Er blijft dan voldoende begroeiing over voor insecten en kleine zoogdieren. Tijdens de tweede maaibeurt maaien we de hele berm, en waar mogelijk laten we wat staan voor de biodiversiteit.

Bermen langs fietspaden maaien we drie keer per jaar. Bij de eerste en de derde maaibeurt, maaien we ook rondom houten en betonnen paaltjes.

Veilige zichthoeken

De ‘zichthoeken’ langs wegen maaien we drie keer per jaar. Dit zijn de bermen bij kruisingen en splitsingen. Zo voorkomen we onveilige verkeerssituaties. We maaien de zichthoeken in de volgende perioden: van 1 tot en met 31 mei, van 1 tot en met 15 augustus en van 1 oktober tot en met 15 november. 

Gazons en graspaden op de begraafplaatsen

De gazons en graspaden op begraafplaatsen maaien we op dezelfde manier als de grasvelden binnen de bebouwde kom.  Het gras is hier niet hoger dan 9 centimeter. Op iedere begraafplaats zijn er stukken gazon die we minder vaak maaien. Dit bevordert de biodiversiteit.   

Zeldzame planten

Vooral op de begraafplaatsen van Gorssel en Almen komen enkele zeldzame planten voor, zoals de wilde aardbei, kleine tijm, kruipbrem, gewone ossentong, amandelwolfsmelk en blauwe knoop. Deze planten staan op de Rode Lijst. Dit is een lijst met soorten die zijn verdwenen, worden bedreigd of extra kwetsbaar zijn. Daarom hebben we een bijzondere zorgplicht om deze planten te beschermen.

Schapenbegrazing

Heeft u de schaapskuddes in Eefde en Gorssel al eens gezien? De ooien maken van mei tot en met oktober ‘graasrondes’ langs aangewezen locaties. Ze houden daar grassen, kruiden en andere planten kort en vervangen het maaiwerk met machines. De wollige grasmaaiers verspreiden zaden, vruchten en plantdelen tijdens hun trektocht. Daarmee zorgen ze voor een rijkere begroeiing. Meer over begrazing: www.circulus.nl/wijgrazeninlochem.

Verwilderde, niet-Nederlandse planten 

Japanse duizendknoop

Deze maaien we zeven keer per jaar. Dit gebeurt van april tot en met oktober. We maaien de plant zelf én een strook van drie meter eromheen. Zo voorkomen we nieuwe groei. Na het maaien worden de machines goed schoongemaakt en gaat het maaisel naar een erkende verwerker. In de gemeente Lochem zijn ook vrijwilligers actief om de Japanse duizendknoop te bestrijden. 

Reuze berenklauw

Deze maaien we vier keer per jaar. Namelijk in de eerste week van april en mei, voor de bloei in juni en in de tweede helft van juli.