Wanneer u in huis uw houtkachel, pelletkachel of open haard aansteekt, ontstaat er rook. Die rook bevat schadelijke stoffen, waaronder fijnstof. Deze schadelijke stoffen veroorzaken luchtvervuiling. En kunnen schade aan de gezondheid van uzelf en anderen opleveren. Ook wanneer u de rook niet meer ziet. Wilt u toch de houtkachel, pelletkachel of open haard aansteken?

sfeerplaatje van een open haard, hotutblok en pellets
Een haardvuur geeft gezelligheid en warmte, maar stook op de juiste manier. Houd rekening met anderen en met uw eigen gezondheid.

Met de tips hieronder kunt u de uitstoot van schadelijke stoffen beperken:

1. Raadpleeg eerst Stookwijzer.nu. Laat de houtkachel, pelletkachel of open haard uit bij windstil of mistig weer.

Op zulke dagen blijft de rook hangen. En heeft u rondom het huis veel luchtvervuiling en rook- en geuroverlast. Kijk daarom altijd op de Stookwijzernl voordat u gaat stoken en stook niet bij een stookalert.

2. Stook alleen droog hout.

Vochtig hout brandt niet goed en geeft extra veel rook en fijnstof. Zelf hout hakken? Droog het hout minstens 2 jaar. Het hout is droog als het gebarsten is of als de bast loslaat. Gebruik een vochtmeter om te meten of het hout een vochtigheidsgehalte tussen 15 en 20% heeft. En gebruik haardhout met het FSC- of PEFC-keurmerk. Dat garandeert dat het uit verantwoord beheerd bos komt.

3. Stook geen geverfd of geïmpregneerd hout.

Bij verbranding komen zware metalen vrij. Het is daarom verboden om bewerkt hout te verbranden. Ook (spaan)plaat en laminaatvloeren horen níét in de houtkachel of open haard. Stook ook geen papier en karton. Het geeft veel rook en vliegas en is daarom zelfs verboden als brandstof.

4. Raadpleeg instructies.

De manier van ontsteken van de kachel heeft veel invloed op het beperken van (schadelijke) uitstoot . Volg daarom altijd de instructies bij de kachel of haard voor het vullen en aansteken van het vuur. Als instructies ontbreken, gebruik dan de Zwitserse methode om vuur aan te steken. Plaats het hout kruislings op elkaar, van dikke blokken hout onderin naar dunne losse houtjes en aanmaakmateriaal bovenop. Maak het vuur van bovenaf aan en niet van onderop, zoals veel mensen doen.

5. Laat de schoorsteen minstens één keer per jaar goed vegen.

Dit is ook een stuk veiliger: u heeft dan minder kans op een schoorsteenbrand.

6. Zorg voor volledige luchttoevoer.

Het hout kan dan beter verbranden waardoor u minder schadelijke stoffen heeft (zoals kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK’s ) en koolmonoxide). Laat het vuur niet 'smoren'; het hout verbrandt dan niet volledig waardoor er extra veel schadelijke stoffen ontstaan. Ga bij de vakexpert (of handleiding) na wat de specifieke werkwijze is voor uw haard of kachel.

7. Houd ventilatieroosters tijdens het stoken open (of zet een raampje open).

Vooral bij oudere kachels is het belangrijk dat het vuur lucht kan aantrekken. Zo kan de rook via de schoorsteen naar buiten en blijven er geen schadelijke stoffen hangen. Bij nieuwe kachels wordt vaak automatisch de lucht van buiten aangevoerd. Wordt het binnen te warm met de houtkachel aan? Stook dan met minder hout.

8. Controleer regelmatig of u goed stookt.

Een goed vuur heeft gele, gelijkmatige vlammen en er komt bijna geen rook uit de schoorsteen. Oranje vlammen en donkere rook geven aan dat de verbranding niet goed is: zorg dan voor meer luchtaanvoer.

Tot slot is het ook belangrijk dat uw kachel past bij de ruimte. En dat hij op de goede manier is aangesloten op het rookkanaal en schoorsteen.

Kijk voor meer informatie op de website van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal.

Deel dit artikel