Het landschap in onze gemeente is zeer gevarieerd. Met uiterwaarden rond de IJssel, grote natuurgebieden, bossen rondom landgoederen, kleinschalig coulissenlandschap met enken en essen, mooie beekdalen en open broekgebieden. Dit gevarieerde landschap is breed bekend en geliefd bij zowel de inwoners al bezoekers. Het agrarisch cultuurlandschap vormt, naast de bossen en natuurgebieden, een belangrijk leefgebied voor veel planten en dieren.

Voor de gemeente is het van belang dat het landschap ruimte biedt aan economische ontwikkelingen, en aan de ontwikkeling van natuur en landschap, zodat het ook in de toekomst mooi en herkenbaar blijft.

Projecten

Boerenlandvogels / Project patrijs

De aantallen akker- en weidevogels gaan dramatisch achteruit. Soorten als veldleeuwerik, grutto en patrijs zien we nog maar zelden. De laatste soort is sinds 1960 met maar liefst 95% afgenomen. Om te voorkomen dat de patrijs helemaal verdwijnt, stimuleert de vogelwerkgroep Lochem grondeigenaren om biotopen weer beter geschikt te maken voor akker- en weidevogels. Hiertoe wordt samengewerkt met de WildBeheerEenheid (WBE) Lochem en de Agrarische Natuur Vereniging ’t Onderholt. Grondeigenaren, zowel agrariërs als particulieren, kunnen op eenvoudige wijze bijdragen aan biotoopherstel voor patrijzen en overige boerenlandvogels. Het gaat dan om kleinschalige randjes en hoekjes die geschikt gemaakt worden voor voedsel, dekking en broedplekken. Tevens worden kruidenrijke graslanden gepromoot, want die zijn niet alleen belangrijk voor vogels, insecten en vlinders, maar ook goed inpasbaar in de moderne veehouderij. In veel gevallen zijn er subsidiemogelijkheden voor toegepaste maatregelen.

Boerderijschool / boerderijatelier

Kinderen van de basisschool gaan 5 tot 7 dagdelen met hun klas leren en werken op een nabij gelegen boerderij. Het Boerderijatelier is een arrangement voor boerderijeducatie en een prima kennismaking met de Boerderijschool.

In de gemeente Lochem zijn de volgende scholen en bedrijven betrokken:

  • CBS de Rank Lochem – melkveebedrijf Dinkelman, Lochem
  • OBS de Barchschole Barchem – melkveebedrijf Dinkelman, Lochem
  • Beatrixschool Harfsen – melkveebedrijf educatieboerderij ’t Velder, Harfsen
  • OBS Villa 60 Eefde - melkveebedrijf educatieboerderij ’t Velder, Harfsen
  • Prins Hendrikschool Lochem – melkveebedrijf Langeler, Lochem
  • J. van der Hoevenschool Epse - melkveebedrijf educatieboerderij ’t Velder, Harfsen
  • Basisschool de Vennegötte Lochem – melkveebedrijf Dinkelman, Lochem

Herinrichting Berkel

Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) inventariseert momenteel de kansen, wensen en opgaven op en rond de rivier de Berkel. Het waterschap gaat, in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW), aan de slag met de Berkel tussen Lochem en Almen. Komende jaren gaat het waterschap in het gebied plannen uitwerken.

Voor de Berkel tussen landgoed Beekvliet en Lochem onderzoekt WRIJ op dit moment de mogelijkheden. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt met belanghebbenden contact gezocht.

Valwildpreventie

Doordat het autoverkeer toeneemt komen helaas steeds meer aanrijdingen met in het wild levende dieren voor. In de Achterhoek betreft dit vooral aanrijdingen met reeën. In het oostelijke deel van de gemeente Lochem betrof dit in 2010 ongeveer 70 gemelde aanrijdingen. Vermoedelijk ligt het werkelijke aantal hoger.

Naast de materiele schade aan voertuigen en soms ook persoonlijk letsel, veroorzaken aanrijdingen ook dierenleed. De aangereden dieren zijn vaak niet op slag dood.

De gemeente heeft de afgelopen jaren wildreflectoren beschikbaar gesteld aan de Wildbeheereenheden (WBE) in Lochem en Gorssel. Rondom Lochem zijn deze reflectoren in 2011 geplaatst. Rondom Gorssel zijn de reflectoren in het voorjaar en de zomer van 2015 geplaatst. Het aantal aanrijdingen met wild na de plaatsing van de reflectoren is met ruim 65% gedaald. Rondom Gorssel verwachten we eenzelfde daling te zien.

Subsidiemogelijkheden

De Provincie Gelderland streeft naar een gevarieerder, aantrekkelijker en beter beleefbaar landschap. Om dit te bereiken heeft zij de ‘Regels subsidieverstrekking Landschap Gelderland’ vastgesteld. Voor de aanleg van nieuwe landschapselementen en voor het herstel van bestaande landschapselementen zijn provinciale subsidies mogelijk.

De gemeente Lochem heeft een plan opgesteld om gebruik te maken van deze provinciale landschapsregeling in de periode 2014-2018.

Financiering

Gemeenten kunnen op basis van een meerjarenplan subsidie aanvragen bij de provincie. Zij moeten hieraan zelf ook een deel bijdragen. Omdat we waarde hechten aan de versterking van het landschap stellen we hier ook geld voor beschikbaar.

In totaal is er in 2015 een bedrag van € 300.000,- subsidie beschikbaar. Wilt u een project uitvoeren, houdt u dan rekening met een eigen bijdrage: 15% van de aanlegkosten.

Aanleg van landschapselementen

Hieronder leest u een aantal voorbeelden van landschapselementen.

Houtwallen en -singels

Een houtwal is een aarden wal dat begroeid is met bomen en struiken. Vroeger, toen er nog geen prikkeldraad was, gebruikten boeren zo’n wal om hun vee op hun terrein te houden. Het moest dus vooral ondoordringbaar zijn voor koeien, paarden of schapen.

Houtsingels zijn beplante stroken grond, vaak langs een sloot, die vooral een functie heeft als veekering en eigendomsgrens. Houtsingels lijken veel op houtwallen, alleen zijn houtsingels geen opgeworpen wal. Ook zijn singels vaak smaller dan houtwallen.

Houtwallen en -singels zijn niet alleen fraai in een landschap, ook hebben ze nog steeds een belangrijke functie: ze beschermen het vee tegen felle zon, wind en regen. Ook vormen ze samen met kleine bosjes en struweelhagen een netwerk groene landschapselementen waar kleine dieren, vogels en insecten hun voedsel zoeken en hun nesten bouwen.

Tegenwoordig zijn veel oude houtwallen en singels helemaal of bijna verdwenen. Met de komst van het prikkeldraad verdween de noodzaak. Prikkeldraad neemt veel minder ruimte in beslag en vraagt weinig onderhoud. Daardoor werden houtwallen en singels verwaarloosd of weggehaald.

Landschapsorganisaties proberen in overleg met grondeigenaren de aanleg van houtwallen en singels te stimuleren. Zo proberen ze diersoorten een onderdak te geven. Wat denkt u bijvoorbeeld van de das? Die leeft het liefst in een kilometers groot gebied en gebruikt houtwallen als dassensnelweg’: zo loopt hij beschermd en ongezien van het ene naar het andere jaaggebied.

Beheer

  • Periodiek afzetten (eens per 6 – 15 jaar)
  • Houtwal eenmaal in de 21 -25 jaar terugzetten. Periodiek kunnen overhangende takken worden teruggesnoeid
  • Bij een houtwal is het wallichaam minimaal 80 cm hoog en de kruidachtige vegetatie van de steile walkanten mag u jaarlijks maaien
  • Het onderhoud van de wal
  • wallichaam wordt in stand gehouden
  • De greppel aan de voet van den wal wordt in stand gehouden.

Kleine wateren (poelen, beken, sloten en kleine wateren met natuurvriendelijke oevers)

Op de overgang tussen water en land leven veel verschillende soorten planten en dieren. Door de aanleg van flauwe oevers worden oevers veel groter, waardoor de natuur meer ruimte krijgt. Zowel bij poelen, kleine sloten beekjes en andere kleine waters zijn natuurvriendelijke oevers toepasbaar. De oevers kennen over het algemeen een helling van 1 op 10 aan de noordzijde (zonkant) van het water en een helling van 1 op 3 aan de zuidzijde.

Zo’n flauwe oever heet ook wel een natuurvriendelijke oever. Doordat de oever een flauw talud heeft, kalft de oever nauwelijks af.

Omdat de oever langzaam oploopt, is er een gedeelte dat half water en half land is: een soort mini moeras. Op dit deel van de oever groeien riet en andere moerasplanten. Deze planten hebben veel goede eigenschappen. Naast dat de wortels de oevergrond goed vasthouden, reinigt het riet ook nog eens het water, zodat bijvoorbeeld algen minder kans krijgen.

Een natuurvriendelijke oever is een plaats waar vele planten en bloemen een plaats vinden. De beplanting, met name het riet, zorgt voor een ideaal leefgebied voor dieren. Door de beschutting en omdat er voldoende voedsel is, is het een plek met goede broedmogelijkheden voor vogels. Ook vlinders, kleine zoogdieren, insecten en libellen vinden er een plekje en in het water zijn kikkers en vissen te vinden. Door de flauwe oever en de uitgebreide flora en fauna is de sloot nu ook nog veel mooier, interessanter en zichtbaarder geworden in het landschap.

Het is belangrijk om natuurgebieden met elkaar te verbinden, omdat er dan uitwisseling kan zijn van dieren en planten. De natuurvriendelijke oever speelt hierbij een belangrijke rol: de brede strook naast het water vormt een uitstekende verbindingsroute. Zo zorgt de natuurvriendelijke oever er voor dat alle natuurgebieden in feite één groot natuurgebied vormen!

Struweelhagen

In het Nederlandse landschap komen diverse lijnvormige landschapselementen voor met houtige gewassen. Sommige van deze landschapselementen zijn eeuwen oud. De functie van deze elementen was perceel scheiding en veekering. Door de komst van prikkeldraad, schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen.

Struweelhagen komen in heel Nederland voor en er zijn vele lokale varianten. Ze bestaan uit inheemse, meestal doornachtige struiken, zo als meidoorn, sleedoorn en hondsroos, die vrij mogen uitgroeien. Zo ontstaat een weelderige haag (in tegensteling tot een geknipte haag).

Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor planten en dieren: vleermuizen oriënteren hun route op de hagen en andere dieren gebruiken ze als verbindingszone.

Beheer

  • Struweelhagen moeten vrij uit kunnen groeien. Ze worden eenmaal per vijf tot zeven jaar aan drie zijden gesnoeid. Na het snoeien heeft de haag een hoogte van minimaal een meter en een breedte van minimaal tachtig centimeter.
  • Een alternatief is om de struweelhaag eens in de 12 tot 25 jaar af te zetten.

Boomgaarden

Al heel lang worden vruchtbomen geteeld, eerst in kloosterhoven en op buitenplaatsen. Vroeger zag je vooral hoogstamvruchtbomen, waaronder het vee graasde. Een oude boomgaard bestond verschillende fruitsoorten. In de 20e eeuw gingen de mensen via halfstammen over op laagstammen en spillen (appelboompjes die niet hoger worden dan circa 2,5 meter en die al na twee tot drie jaar vrucht dragen). Het verspreidingsgebied van hoogstamvruchtbomen is daardoor sterk afgenomen.

Boerenboomgaard

Een huis- of boerenboomgaard ligt in de buurt van het huis of erf en bestaat uit vruchtbomen, zoals peer, appel, pruim en kers. Meestal zijn dit half- en hoogstamfruitbomen. In een oude boomgaard met bomen met holten, kunnen diverse soorten holenbroeders voorkomen, zoals steenuil en holenduif. Onder de schors van oude bomen leven insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. Ook vlinders zoeken graag voedsel in boomgaarden. Ze vinden er vaak waardplanten, waarop ze hun eitjes afzetten. In het voorjaar trekt de bloesem insecten aan, zoals hommels, bijen en zweefvliegen.

Aan de randen van de boomgaard kunnen weelderig bloeiende, hoogopgaande kruiden voorkomen. Deze bieden voedsel aan allerlei insecten.

Aanleg van een huis- of boerenboomgaard

Bij de aanleg van een huis- of boerenboomgaard kunt u rekening houden met de gebruikelijke relatie tussen boomgaard, bebouwing en omgeving en met de plaatselijke gewoonten en gebruiken. De keuze voor aan te planten fruitsoorten en -rassen is iets persoonlijks. In een boomgaard kunt u drie elementen onderscheiden: het bomenbestand, de ondergroei en in sommige gevallen een sloot, haag, singel of bomenrij. Vooral de ondergroei en de eventuele randbeplanting lenen zich voor natuurmaatregelen.

Beheer van een huis- of boerenboomgaard

Voor het behoud van een boomgaard is het van groot belang dat u regelmatig snoeit. Doet u dat niet, dan worden de bomen minder vitaal en gaat de boomgaard op den duur verloren. Er verdwijnt dan niet alleen een bron van vers fruit, maar ook een cultuurhistorisch element, een aantrekkelijk onderdeel van het landschap en de leef- en verblijfplaats van diverse planten en dieren.

Erfstructuur

Traditionele verdeling tussen man en vrouw
De taakverdeling tussen de boer en de boerin is belangrijk geweest voor de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook: het voor en achter. De voor- en achterkant worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kunt u globaal over het gehele erf doortrekken. 

De vrouw was verantwoordelijk voor het woongedeelte, het terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal “het voor” genoemd.
De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor “het achter”.

Beheer

Vanaf 1 januari 2016 treedt, als onderdeel van het nieuwe Europese landbouw- en plattelandsbeleid (GLB), een vernieuwd subsidiestelsel Natuur en Landschap in werking. Subsidieaanvragen voor agrarisch en particulier natuurbeheer is vanaf 2016 alleen nog mogelijk via zogenaamde gebiedscollectieven.

Voor de Achterhoek is dit gebiedscollectief de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA). Het is een samenwerkingsverband tussen de zes bestaande agrarische natuurverenigingen in de Achterhoek. De VALA is in 2012 opgericht en stelt zich als doel het beheer, onderhoud en de ontwikkeling van natuur, milieu en landschapswaarden in de Achterhoek op een professionele en effectieve manier meer inhoud te geven.

Contactgegevens

Voor vragen kunt u contact opnemen met de gemeente of met agrarisch natuurvereniging ’t Onderholt, telefoon (0575) 55 05 93, e-mail: info@onderholt.nl

Partners in uitvoering

Voor de uitvoering van de landschapsregeling werkt de gemeente samen met verschillende partners. Een belangrijke partner is agrarisch natuurvereniging ‘t Onderholt. Daarnaast werken we nauw samen met andere lokale organisaties en particulieren om ons landschap te versterken.

Agrarisch natuurvereniging ‘t Onderholt

Ontwikkeling en beheer van natuur en landschap.

Al eeuwenlang zijn natuur, landbouw en samenleving met elkaar verweven. Vrijwel elke agrariër heeft landschapselementen op zijn bedrijf zoals sloten, singels, houtwallen, bosjes en soms poelen. Dat maakt meteen duidelijk waarom in ons land 70% van onze groene ruimte door boeren wordt beheerd. Zij moeten daarom betrokken blijven bij het beheer en onderhoud van ‘hun’ landschap. Inwoners bezitten relatief nog meer landschapselementen, waarmee zij een belangrijke invulling geven aan het landschap.
In De Graafschap werkt Agrarische Natuurvereniging ’t Onderholt al vijftien jaar aan het onderhoud en de instandhouding van het agrarisch cultuurlandschap. ’t Onderholt ondersteunt leden en niet-leden van de vereniging bij het onderhoud en de beheerstaken in hun gebied. Zij geven daarmee als streekbewoners zelf invulling aan de wensen van de samenleving voor beheer van de groene ruimte en het behoud van een karakteristiek en vitaal platteland. En dat is goed, want we leven in een prachtig landschap. Het zou spijtig zijn als dat verloedert. U kunt ’t Onderholt bereiken op (0575) 55 05 93, of mailen naar info@onderholt.nl.

Vogelwerkgroep noordwest-Achterhoek, Lochem

In het noordwestelijk deel van de Achterhoek, met Lochem als centraal middelpunt, zijn ongeveer dertig vrijwilligers actief in een werkgroep voor het behoud en het beschermen van vogels in hun natuurlijke omgeving. Samen met andere partners voert de vogelwerkgroep gerichte projecten uit in het landschap. Hun doel is om de vogelstand in onder andere het agrarisch cultuurlandschap te steunen.

Waterschap Rijn en IJssel

Het Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) heeft al diverse projecten uitgevoerd binnen onze gemeente. Komende tijd onderzoekt het Waterschap , samen met andere partijen, nieuwe kansen en mogelijkheden met de Lochemse beken, laken, goten en Berkel.

Landschapsontwikkelingsplan

De gemeenten Lochem, Bronckhorst en Zutphen willen met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) de kwaliteit van het Achterhoeks landschap behouden en versterken. Door dit samen te doen, zijn er meer mogelijkheden voor een afwisselend landschap (bos, heide, beekdalen, veengebieden) dat zich buien het eigen grondgebied.

Waarom is dit plan gemaakt?

Landschap wordt op meerder manieren gebruikt: agrarisch, toeristisch, recreatief, natuur, wonen, werken. Alle gebruikers hebben wensen, zodat zij het landschap goed kunnen beleven en gebruiken. Het LOP geeft sturing aan nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door bij de uitbreiding van een agrarische onderneming te zorgen dat dit bedrijf landschappelijk goed wordt ingepast in de omgeving. Daarnaast is er een uitvoeringsprogramma gemaakt. Hierin staat welke projecten er met het LOP uitgevoerd gaan worden.

Hoe wordt dit plan gerealiseerd?

Inmiddels zijn meerdere projecten gestart en uitgevoerd. Voorbeelden zijn de aanleg van houtwallen, hagen, singels en boomgaarden in agrarische cultuurlandschappen. Er is een aantal wandel- en fietsroutes aangelegd. Andere voorbeelden zijn het herstellen van de biotoop voor ooievaars, het verbeteren van overgangen tussen bebouwde en onbebouwde gebieden en een boerderijproject voor schoolkinderen.

Welke rol kunt u als inwoner hebben?

Heeft u een goed initiatief en bent u bereid en in staat om dit project uit te voeren? Dan kunnen de drie deelnemende gemeenten u ondersteunen.

Bestemmingsplan

In het bestemmingsplan staat welke activiteiten op welke locatie mogelijk zijn. Voor natuur en landschap betekent dit vaak dat er eisen zijn bij bepaalde ingrepen, het graven van poelen, het kappen van bomen, het planten van bomen of het afgraven of ophogen van de grond. In het bestemmingsplan vindt u de voorwaarden. Bijvoorbeeld over de mogelijkheden voor een activiteit en of u een vergunning nodig heeft. Zo kan het voorkomen dat u in het ene landschapstype een vergunning nodig heeft voor het kappen van bomen, terwijl dit in een ander gebied niet hoeft . Of dat er juist een vergunning nodig is voor het planten van bomen, en in een ander gebied niet. Wij adviseren u om te kijken of het bestemmingsplan nog speciale eisen stelt, wanneer u concrete ideeën heeft. U kunt het vinden op ruimtelijkeplannen.nl. U kunt ook bij ons terecht voor vragen over de mogelijkheden.

Meer informatie

De Landschapsontwikkelingsvisie (pdf, 9.454 KB)  kunt u downloaden. Ook kunt u contact opnemen met uw eigen gemeente. In Lochem is dat mevrouw A. Stortelder, bereikbaar via het centrale nummer van de gemeente.