Het klimaat is altijd in beweging. Natuurlijke en menselijke invloeden zorgen voor verandering. Een belangrijke oorzaak van de huidige klimaatverandering is de toename van CO2-uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen. In 2015 hebben daarom de meeste landen in Parijs afgesproken dit aan te pakken. Daarom is in 2019 in Nederland een klimaatakkoord afgesloten. Dat betekent ook voor Lochem dat we moeten doorgaan met energie besparen en duurzaam opwekken. Dat past ook bij het doel energieneutraal dat we al heel lang hebben. Voor het duurzaam opwekken van energie in de vorm van elektriciteit is een mix van zon en wind nodig. Op termijn wordt dit mogelijk aangevuld met andere technieken en vormen van (grootschalige) duurzame opwek.

Algemeen en beleid duurzaamheid

Waarom wil de gemeente Lochem een beleidskader grootschalige windenergie opstellen?

Al sinds 2007 heeft de gemeente Lochem het streven om energieneutraal te worden. Dit is een destijds raadsbreed besluit geweest. In het programma duurzame energielandschappen (2010-2011) werd windenergie al genoemd. De mogelijkheid voor windmolens staat ook in de structuurvisie uit 2013. Het past bij de doelstellingen van het uitvoeringsprogramma Klimaat en Energie 2015 en is als ambitie vastgelegd in het collegeprogramma Dichtbij, Duurzaam, Doen: Lochem inspireert!.

Inmiddels hebben ook het Rijk en de provincies doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie vastgelegd in onder meer het klimaatakkoord.

Om te voldoen aan de landelijke en ook Lochemse doelstellingen moeten we energie besparen en duurzame energie opwekken. Om de huidige energievraag te verduurzamen moet Lochem inzetten op alle vormen van duurzame energie zoals zonne-energie, waterkracht, aardwarmte, biomassa, restwarmte uit de industrie en afval- en oppervlaktewater  en ook windenergie. Zonne- en windenergie zijn cruciaal in de elektriciteitsmix.

Waar kan ik informatie vinden over energie besparen?

Bij het energieloket Lochem en het regionale energieloket staat alle informatie over het besparen van energie.

Kunnen we niet beter investeren in zonne-energie?

Om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen is het nodig om op alle vormen van besparing en de opwek van duurzame energie in te zetten. In de Regionale Energie Strategie (RES) ligt de nadruk voor grootschalige opwek uitsluitend op zonne- en windenergie omdat dit bewezen effectieve technieken zijn met een groot potentieel. Deze RES wordt tweejaarlijks herzien, mocht er sprake zijn van nieuwe, marktrijpe en renderende technieken dan worden deze in de vervolgversies van de RES meegenomen.

Er is een mix van zonne- en windenergie noodzakelijk om overbelasting of onevenredige investeringen in het elektriciteitsnetwerk te voorkomen. Want: als de zon schijnt waait het niet/ minder en als het waait schijnt er minder zon. Bovendien is er in najaar en winter meer wind en in de lente en zomer meer zon. Door de ontwikkeling naar elektrisch verwarmen (met onder andere warmtepomp) als alternatief voor aardgas zal de elektriciteitsvraag in de winter toenemen.

Zijn windmolens altijd nodig?

De ontwikkeling van nieuwe duurzame technologieën om energie te produceren en op te slaan maken windenergie wellicht over enkele decennia overbodig. Tot die tijd zijn windmolens een kosteneffectief en noodzakelijk alternatief voor het opwekken van duurzame energie.

Kunnen we niet beter windmolens op zee bouwen?

Om voldoende duurzame energie te produceren in de toekomst hebben we naast zonne-energie ook windmolens op zowel land als op zee nodig. Het is dus niet of-of, maar en-en. In het landelijke klimaatakkoord is besloten dat Nederland 49% minder CO2 uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. De te nemen maatregelen voor elektriciteit zijn drieledig:

  1. De opwekking in 2030 van circa 49 TWh windenergie op zee;
  2. De opwekking van 35 TWh hernieuwbare energie (wind en zon) op land;
  3. De “kleinschalige” opwek van hernieuwbare elektriciteit met zonnepanelen op bijvoorbeeld particuliere en bedrijfsdakenzonnepanelen, goed voor circa 10 TWh.

TWh = Terawattuur

Waar vind ik informatie over de Regionale Energie Strategie RES?

Op de themapagina RES op deze website staat alle informatie over de Regionale Energie Strategie.

Moeten productie en consumptie van energie niet dicht bij elkaar liggen?

Dat is zeker efficiënt, echter het is niet altijd mogelijk. Omdat bij windenergie veel factoren belangrijk zijn bij de aanleg ervan lukt het niet altijd om vraag en aanbod dicht bij elkaar te plaatsen.

Waarom kiezen we niet voor meer kleine windmolens?

Een grote windmolen van 3 megawatt (MW) komt qua opbrengst overeen met 7 hectare zonnepanelen. De opbrengst van een 3 MW turbine is ongeveer 5,7 miljoen kWh per jaar. Een kleine turbine brengt gemiddeld 40.000 kWh op. Dus de opbrengst van één grote windmolen is gelijk aan 142,5 kleine turbines. Ter vergelijking: 170 zonnepanelen leveren ook 40.000 kWh op.

Het nieuwste type kleine windmolen dat mogelijk op de markt komt levert onder gunstige windcondities 150.000 kWh op. In dat geval zouden 38 kleine windmolens een 3MW turbine kunnen vervangen. Dit is uiteraard een globale berekening en bedoeld om enig gevoel bij aantallen en verhoudingen te krijgen.

Er zijn dus heel veel kleine(re) windmolens nodig om de opbrengst van 1 grotere op te wekken, dit heeft ook veel gevolgen voor het landschap.

Deze getallen zijn afkomstig uit beleidskader kleinschalig wind 2019 (pdf, 1.431 KB) . De opbrengst van windmolens zijn erg afhankelijk van hoogte, type en locatie.

Duurzame energie en subsidies

Is windenergie rendabel?

De kosten voor wind- en zonne-energie dalen sterk de laatste jaren en de verwachting is dat deze daling in de nabije toekomst verder doorzet. Toch ligt de kostprijs van groene stroom nog steeds hoger dan van grijze stroom uit fossiele bronnen. Dat maakt dat zon- en windprojecten alleen uit kunnen als er subsidie wordt toegekend. Voor wind op zee ligt het omslagpunt binnen handbereik. Daar worden de komende jaren de eerste windparken zonder subsidie ontwikkeld. Dit is mogelijk doordat de Rijksoverheid investeert in de kostbare aansluiting op het stroomnetwerk.

De kostprijs van windstroom is lager dan van zonnestroom. Voor wind op land is daarom  minder subsidie nodig dan voor zonneparken om te kunnen concurreren met grijze stroom. Overigens krijgt ook fossiele energie financiële ondersteuning door de overheid onder andere in belastingvrijstellingen voor luchtvaart en scheepvaart, de lage energiebelasting voor grootverbruikers (industrie) en investeringen die de staat doet via internationale publieke financiering via staatsbedrijven in olie en gas. Daarnaast worden de kosten die gepaard gaan met luchtverontreiniging en klimaatverandering als gevolg van fossiele brandstoffen niet in de kostprijs van grijze stroom doorgerekend. Deze maatschappelijke kosten worden vermeden bij groene stroom.

Als het niet waait is er geen energie en als de zon niet schijnt ook niet: kolen- of gascentrales blijven nodig als back up

Als het niet waait of de zon niet schijnt dan is er inderdaad geen opwek van groene energie. Omdat stroom (nog) niet voldoende kan worden opgeslagen, zijn er de komende tijd nog steeds gas- of kolencentrales nodig om dit op te vangen. Dit drukt inderdaad op de klimaatwinst van de windmolen. Toch is dit geen absolute wetmatigheid; de back-upcentrale hoeft tenslotte geen gas- of kolencentrale te zijn. Systemen waarin een combinatie van verschillende duurzame energiebronnen als back-up gebruik wordt zijn ook denkbaar, echter deze bestaan nu nog niet. Ook de buffering of de omzetting naar een andere drager (bijvoorbeeld waterstof) vraagt om innovatie. Op termijn spelen naar verwachting de batterijen van elektrische auto’s en thuisbatterijen een belangrijke rol in de energievoorziening van huishoudens. Ook wordt systeemwinst voorzien als we de energievraag leren aanpassen aan het wisselvallige aanbod, al vraagt dit wel om een gedragsverandering van de gebruiker.

Tenslotte kan een oplossing zijn om de duurzaam opgewekte elektriciteit in een groter gebied (Europa) uit te wisselen. Er zijn in Europa altijd plekken waar de zon schijnt of de wind waait, en stroom over is. Dit vraagt wel om investeringen in het hoogspanningsnetwerk tussen Europese landen.

Hoe is het elektriciteitsverbruik verdeeld over de gemeente Lochem? Hoeveel daarvan gaat er naar de industrie?

De circa 13.000 Lochemse huishoudens zijn jaarlijks verantwoordelijk voor het verbruik van circa 46 miljoen kWh (ongeveer een kwart van het totale elektriciteitsverbruik van de gemeente Lochem) en voor het verbruik van circa 25 miljoen m3 aardgas (ongeveer 40% van het totale gasverbruik).

Het energieverbruik in de gemeente Lochem wordt gemonitord in de klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. Jaarlijks  stellen zij op basis van deze gegevens een monitoringsrapportage op.

Meer informatie: klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/

Voor wie zijn de opbrengsten van de grote windmolens bestemd, particulieren of bedrijven?

De opbrengsten van windmolens en zonneparken in onze gemeente zijn voor bedrijven en huishoudens. Samen moeten we aan de opgave voldoen. Daarnaast zijn ook de daken van bedrijven en stallen in sommige gevallen geschikt om zonne-energie op te wekken.

Praktisch over windmolens

Hoe groot zijn de windmolens?

De hoogte van de windmolens en de afmeting van de wieken verschillen per type (fabrikant en aantal MW - megawatt). Van de huidige windmolens met een vermogen rond de 3 MW is de ashoogte gebruikelijk tussen de 90 en 125 meter hoog en ligt de rotordiameter tussen de 100 en 150 meter. De tiphoogte (het hoogste punt) ligt daarmee tussen de 170 en 200 meter.

Wat betekent ashoogte, rotordiameter en tiphoogte

Er zijn voor de hoogte en beleving drie afmetingen relevant: de ashoogte (hoe hoog is de mast waar de gondel op staat), de rotordiameter (hoe groot is de cirkel die de wieken vormen) en de tiphoogte (wat is de totale hoogte van de windmolen).

Zie tekening (jpg, 30 KB) .

Hoe lang gaat een windmolen mee?

Moderne windmolens hebben een technische levensduur van 20 tot 25 jaar.

Hoeveel elektriciteit levert een windmolen op?

De opbrengst van een windmolen hangt af van een aantal zaken. Vooral de grootte van de wieken (de rotorbladen) en de plek waar de molen staat zijn bepalend. Bij windmolens wordt gerekend in vermogen, megawatt (MW). Een moderne windmolen van 3 MW levert (op land) ongeveer 5,7 miljoen kWh (kilowattuur) per jaar, genoeg voor 1.900 huishoudens (bij een gemiddeld verbruik van 3.000 kWh/jaar).

NB: deze getallen zijn afkomstig uit beleidskader kleinschalig wind 2019. De opbrengst van windmolens zijn erg afhankelijk van hoogte, type en locatie. De website van RVO geeft aan dat inmiddels een 3 MW windmolen 6,5 miljoen kWh opwekt. De windmolens van IJsselwind (2,75 MW) leveren straks zelfs 8 miljoen kWh. Bron: https://www.windenergie.nl/windenergie-op-land/feiten-en-cijfers

In windrijke gebieden levert een windmolen de meeste elektriciteit, bijvoorbeeld aan de kust of op de Noordzee. Verder het binnenland in, zoals in onze gemeente, levert diezelfde molen minder elektriciteit op omdat het minder hard waait. De bouw- en onderhoudskosten van een windmolen op land zijn lager dan van een windmolen op zee. De extra kosten voor een windmolen op zee worden gecompenseerd door de extra opbrengsten. Daarnaast krijgt een windturbine in de meer windluwe gebieden een hogere subsidie per opgewekte KWh.

Kost de bouw van een windmolen niet heel CO2-uitstoot?

In de eerste 6 maanden bespaart een windmolen al evenveel CO2-uitstoot als de CO2 die bij  de productie en bouw van de molen is uitgestoten. Daarna levert de windmolen nog zeker 19,5 jaar schone, bijna CO2-vrije energie. De windmolen kost een kleine hoeveelheid CO2 vanwege onderhoud en reparaties.

We hebben toch niks aan windmolens als het niet waait?

Dat klopt. Als het niet waait, leveren windmolens geen stroom. Gelukkig waait het in Nederland vaak en het hoeft ook niet heel hard te waaien om te zorgen dat de windmolens veel stroom leveren. De molens draaien vanaf windkracht 2 en draaien op vol vermogen bij windkracht 6.

Meer informatie: www.windenergie.nl/windenergie-op-land/feiten-en-cijfers .

Waarom staat een windmolen soms stil?

Dit kan zijn vanwege onderhoud, omdat het te zacht waait of juist te hard, en vanwege een storing. Ook als de wind veel draait kan de molen tijdelijk stilstaan omdat de wieken zich dan weer opnieuw in de wind moeten draaien. Daarnaast kan een windmolen worden stilgezet om de hoeveelheid slagschaduw op woningen te beperken.  

Waarom worden windmolens steeds groter?

Innovaties leiden ertoe dat de afmeting van de windmolen steeds groter kan worden. Deze grotere afmeting heeft een positief effect op de energieopbrengst: een twee keer zo grote rotordiameter, wekt vier keer meer energie op.

Doordat de windturbines steeds groter worden en meer stroom produceren wordt de kostprijs van windenergie lager. Daarmee is er ook minder subsidie nodig. Er wordt een ontwikkeling gestimuleerd waarbij op termijn geen subsidie meer nodig is. Tegelijkertijd betekent dat ook dat kleinere windturbines financieel niet meer uit kunnen omdat de lagere subsidie niet toereikend is.

Kan het energienet al die extra windmolens wel aan?

Met het huidige elektriciteitsnet is het niet altijd mogelijk om overal windmolens aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Soms is verzwaring van het net of van de onderstations door de netbeheerder noodzakelijk.

In onze regio gaat netbeheerder Liander over de netinpassing. Daarom neemt zij ook deel in de processen rondom de RES (Regionale Energie.Strategie).  Liander onderzoekt hoe de extra windmolens (en ook zonnevelden) op het elektriciteitsnet passen en anticipeert op de toekomstig gewenste aanpassingen (inclusief meer grootschalige opwek, meer elektrische auto’s en meer warmtepompen).   

Kunnen windmolens gerecycled worden na gebruik?

Ja, veel van de materialen in een windmolen zijn aan het einde van de levensduur te recyclen, zoals bijvoorbeeld het gebruikte staal en andere metalen. Het materiaal van de wieken (een composiet) is lastig te recyclen. Sinds kort is een recyclingmethode ontdekt waarmee het balsahout gescheiden wordt van de koolstofvezel en lijm in de wieken. Het balsahout dient daarna als isolatiemateriaal. De ‘schrootwaarde’ van een windmolen levert voldoende op om de locatie in originele staat terug te brengen.

Is de productie wel milieuvriendelijk?

Sommige windmolens gebruiken permanente magneten met het materiaal Neodymium. Daarnaast zijn er voor een windmolen ook andere metalen en mineralen nodig zoals kobalt en koper. Verder worden de hoogspanningsschakelaars in windmolens afgevuld met het broeikasgas SF6. Deze metalen en mineralen worden ook toegepast bij veel huishoudelijke apparaten, elektronica en de (auto)industrie. Bij de winning van de metalen en mineralen zijn vraagtekens te plaatsen omdat de landen van herkomst niet altijd strenge regels hanteren voor milieu en arbeidsomstandigheden. Ter nuancering: door de winning van aardolie, kolen en gas zijn ook negatieve effecten zoals slechte arbeidsomstandigheden, milieuvervuiling, verschuiving van aardlagen en aantasting van landschappen en ecosystemen voor de winning.

Beleid en locaties windmolens

Hoeveel windmolens komen er?

Dat is onbekend, want de gemeente legt geen locaties en aantallen vast. Alleen de randvoorwaarden voor initiatiefnemers liggen straks vast via het beleidskader wind. In het RES bod komen wel aantallen te staan.

Waar komen de windmolens? Worden ze eerlijk verdeeld over de gemeente of juist op één plek geplaatst?

De gemeente spreekt zich niet uit over locaties of voorkeursalternatieven. De gemeente geeft alleen randvoorwaarden mee voor een goede plaatsing van windmolens. Als aan de randvoorwaarden voldaan is neemt de gemeenteraad een beslissing over de bestemmingsplanwijziging en het verlenen van de vergunning.

Wat komt er te staan in het beleidskader grootschalig wind?

Hierin komen de randvoorwaarden te staan waaraan initiatieven voor grootschalige opwek van windenergie moeten voldoen. Denk bijvoorbeeld aan het te volgen participatie proces en financiële vergoedingen en eigenaarschap.

 

Er is toch ook beleid voor kleine windmolens, wat staat daar in en wat is het verschil met het beleidskader wind

In 2019 heeft de gemeenteraad een beleidskader kleinschalig wind (pdf, 1.431 KB)  vastgesteld. Dit gaat om windmolens met een maximale ashoogte van 33 meter en tiphoogte van 39 meter. Het beleidskader grootschalig wind gaat om grote windmolens.

Wat is de planning voor het beleidskader grootschalig wind?

Het streven is dat de gemeenteraad in de eerste helft van 2021 het beleid vaststelt. Dit is mede afhankelijk van het te volgen participatietraject. De gemeenteraad heeft aangegeven dat zij goede en zorgvuldige participatie erg belangrijk vindt. Daarom organiseert de gemeente in het najaar van 2020 bewonersavonden, zodat u kunt aangeven welke voorwaarden u belangrijk vindt.

Hoe kan ik mijn mening geven?

U kunt meedoen bij de twee bewonersavonden “grootschalige opwek” die we in het najaar van 2020 organiseren. Deze gaan over de randvoorwaarden voor windenergie (dus niet over de vraag of er windmolens komen). 

Er komt ook nog een derde avond waar wij de resultaten van de twee bewonersavonden presenteren en vragen of er nog aanvullingen zijn.

Wat kan ik doen als ik tegen windmolens ben

De gemeente stelt zich momenteel op het standpunt dat windmolens nodig zijn om aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen. Dit is in beleid al vastgelegd.

Voor meer informatie en belangenvertegenwoordiging kunt u contact opnemen met NLVOW, de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines. Dit is een belangenorganisatie voor bewoners.

Heeft zich al een initiatiefnemer bij de gemeente gemeld?

Nee, we hebben nog geen aanvragen voor de plaatsing van windmolens gekregen. We nemen nieuwe initiatieven pas in behandeling nadat het beleidskader grootschalig wind door de raad is vastgesteld.

Momenteel hebben we alleen twee aanvragen voor een kleine windmolen in procedure (beleid kleinschalig wind).

Wat gebeurt er als een initiatiefnemer zich bij de gemeente meldt? Hoe lang duurt het voordat de eerste windmolens er in Lochem staan?

In het beleidskader grootschalig wind leggen we de te doorlopen procedure en randvoorwaarden voor het plaatsen van windmolens vast, inclusief het te doorlopen participatieproces en de bestemmingsplanprocedure. Het plaatsen van een windmolen is een langdurig en meerjarig proces.

Ik wil zelf een windmolen plaatsen, met wie moet ik contact opnemen?

U kunt hiervoor bellen met het algemene nummer van de gemeente, (0753) 28 92 22 en vragen naar team milieu.

Gedragscodes en bewonersparticipatie

Bestaan er gedragscodes voor windenergie voor overheden en ontwikkelaars?

Om acceptatie van windenergie te bevorderen, hebben verschillende organisaties gedragscodes opgesteld. Die zijn bedoeld om eenduidige afspraken te maken over hoe de omgeving moet worden betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe windparken.

Meer informatie: www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land/acceptatie-en-participatie/gedragscodes

Wat staat er in de NWEA code?

Kern van de gedragscode is dat de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium bij windprojecten wordt betrokken. Voor ieder project wordt in overleg met belanghebbenden en het bevoegd gezag een participatieplan opgesteld, waarmee afspraken over participatie door burgers vast komen te liggen. Hierbij staat maatwerk centraal.

Ook stelt de initiatiefnemer van een windproject een aanspreekpunt voor de omgeving aan. De lusten en lasten moeten zo goed mogelijk worden verdeeld en overheden moeten een actieve rol spelen bij het betrekken van de omgeving. In de Gedragscode is een richtbedrag opgenomen van € 0,40-0,50 per MWh, dat ten goede komt aan de omgeving. De besteding van het bedrag wordt in overleg met betrokken inwoners en organisaties vastgesteld (tekst afkomstig van rvo).

Wat staat er in de NLVOW code

De Gedragscode windenergie op land is opgesteld door de NLVOW, de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines. Omwonenden moeten tijdig en adequaat worden geïnformeerd over plannen. De code stelt dat, naast het mogelijk maken van financiële participatie, beperken van hinder en schade voor omwonenden, natuur, landschap en milieu compensatie verdient (tekst afkomstig van rvo).

 

Wat is een omgevingsadviesraad?

In een omgevingsadviesraad (OAR) gaat de initiatiefnemer in gesprek met vertegenwoordigers van belanghebbenden, en met hen worden afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld over het beperken van overlast, landschappelijke versterking en financiële participatie.

De afspraken die de omgevingsadviesraad met de initiatiefnemers maakt zijn niet vrijblijvend. In een omgevingsovereenkomst worden de afspraken vastgelegd.

 

 

Wat is een bewonersplatform?

Direct omwonenden van een (beoogd) windpark nemen hieraan op persoonlijke titel deel. Doel is om inwoners te “professionaliseren” in windmolenland. Ook worden in een bewonersplatform de procedure en inhoud van stukken verduidelijkt en kunnen bewoners zorgen en bedenkingen uiten. Het is ook bedoeld als voorbereiding op verdere besluitvorming. Tenslotte is het bewonersplatform een aanspreekpunt voor initiatiefnemers.

Financiële participatie

Wat wordt er bedoeld met financiële participatie en welke varianten zijn er?

Er zijn verschillende mogelijkheden om als bewoner financieel te participeren in een windmolen:

  • (Een deel van) de financiering van een windmolen (dus de investering) kan door bewoners of bijvoorbeeld plaatselijke bedrijven worden bijeengebracht Als je als bewoner investeert krijg je een rendement op het geld dat je hebt ingelegd. Een deel van de financiering wordt ook via een lening geregeld (dus externe investeerders zoals een bank of beleggingsmaatschappij). Ter nuancering: meestal bestaat het overgrote deel van de investering van een windmolen uit een lening (maximaal 80%, minder kan ook). Dus de 20% (of meer) die overblijft moet de ontwikkelaar zelf investeren. Het streven vanuit het klimaatakkoord is, dat bewoners of plaatselijke bedrijven de helft daarvan (50%) investeren. Op die manier ontstaat lokaal eigendom.
  • Bewoners die dichtbij een windmolen wonen kunnen een jaarlijks een bijdrage krijgen (vast of deel van de winst / windopbrengst)  vanwege de overlast die zij van de windmolen ervaren. Dit heet meestal een “burenregeling”.
  • Het is ook mogelijk dat de initiatiefnemer jaarlijks een bedrag in een gebiedsfonds stopt. Daarmee kunnen dan investeringen in het gebied rondom een windmolen gedaan worden of het kan ook ten goede komen aan het naburige dorp of buurt. Dit heet een dorpenregeling.
  • Als je een windmolen op jouw grond toestaat, wordt een jaarlijkse vergoeding met de initiatiefnemer afgesproken (soort pacht).

Wie is eigenaar van een windmolen?

Het streven vanuit het klimaatakkoord is dat voor 2030 gemiddeld de helft van de opwek van hernieuwbare energie, zoals zonne- en windenergie, in eigendom is van burgers en bedrijven uit de lokale omgeving. Met lokaal bedoelen we georganiseerde bewoners en lokale bedrijven. Het resterende deel kan in eigendom zijn van ontwikkelaars van buiten de gemeente Lochem. Met eigendom bedoelen we de investeringen voor de aanschaf en bouw van de turbines en alle kosten die gemaakt worden in de voorbereidingsfase vooraf. De partij die het initiatief neemt voor het project (dus de eigenaar, bijvoorbeeld een bedrijf of energiecoöperatie) gaat daarom in gesprek met de omgeving om hierover afspraken te maken. Per project kunnen de wensen van bedrijven en bewoners uit de omgeving om mee te profiteren verschillen. Dit geldt ook voor de mogelijkheden. In het beleidskader grootschalig wind wordt vastgelegd welke voorwaarden er voor eigenaarschap gelden in Lochem.

Bron: klimaatakkoord

 

Wetgeving en hinder

Wat zijn de wettelijke afstanden die voor windmolens gelden? Gebruikt de gemeente Lochem die ook?

De wetgeving voor windmolens gaat over veiligheidsrisico’s, slagschaduw en geluidsoverlast. De normen zijn dus risiconormen en geluidnormen, het zijn geen afstanden. De normen kunnen wel locatie specifiek omgerekend worden in afstanden. Dan blijkt dat geluid maatgevend is: dus de afstanden voor geluid zijn groter dan die voor veiligheid. De concrete aan te houden afstanden zijn afhankelijk van de specifieke situatie en gekozen windmolens. De gemeente houdt zich minimaal aan de wettelijke afstanden.

Over het algemeen worden minimale afstanden van 400 meter tot woongebouwen in acht genomen om te kijken waar er ruimte is. Een uitzondering vormt de molenaarswoning, daarvoor gelden andere afstanden (zie hieronder een uitleg over molenaarswoning).

Als een molenaarswoning bij de inrichting worden betrokken dan telt deze woning  niet meer mee als geluidgevoelig object.

Afhankelijk van de omgeving draagt geluid meer of minder ver. Verschillende typen turbines hebben een verschillend brongeluid. Stillere turbines kunnen daardoor in theorie dichter bij geplaatst worden. Ook zijn er voorzieningen zoals getande wieken (uilenveren) of het in een andere modus zetten van de turbine (lager toerental) waardoor het geluid afneemt. Ook de opstelling telt mee. Geluid van meerdere turbines cumuleert zodat voor een cluster ook meer afstand in acht moet worden genomen dan voor individuele turbines. Verder speelt ook de hoogte en wieklengte een rol.

NB de afstanden die wij hier noemen zijn gebaseerd op een gemiddelde 3 MW windmolen. Nieuwere types windmolens kunnen grotere afstanden hebben. Per type windmolen en locatie worden de afstanden berekend.

Wat is een molenaarswoning?

Molenaarswoningen of bedrijfswoningen zijn woningen die onderdeel uitmaken van een windenergieproject en daarmee bij de ‘inrichting’ horen. Voor deze woningen geldt dat ze bij het windpark horen, zoals een boerderijwoning hoort bij de boerderij. De normen voor geluid (en slagschaduw) gelden niet voor deze molenaarswoningen. Wel zijn aan het aanmerken van molenaarswoningen of bedrijfswoningen regels verbonden. Op grond van de wet en de jurisprudentie dient er tussen woning en inrichting (het windpark) een onderling technische, organisatorische of functionele binding te bestaan en dienen woning en inrichting in elkaars onmiddellijke nabijheid te zijn gelegen. Bovendien moet de eigenaar toestemming geven.

Hoeveel geluid maakt een windmolen?

Als grens voor het geluid van windmolens is een jaargemiddelde waarde van maximaal 47 dB (Lden) vastgelegd. Deze waarde geldt op de gevel van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Overdag is het geluid van windmolens vaak niet te horen, doordat ook veel ander geluid aanwezig is. ’s Nachts is de windmolen beter te horen. Daarom mag het geluid 's nachts niet meer dan gemiddeld 41 dB Lnight zijn. Ter vergelijking: een gespreksniveau is 60 decibel, een drukke verkeersweg op 100 meter afstand 80 decibel en een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte 100 decibel.

Bron RVO:

Meer informatie

Wordt er rekening gehouden met het nu al aanwezige omgevingsgeluid (het windmolengeluid komt daarbij op)?

Ja. Geluid is één van de milieuaspecten die in beeld worden gebracht bij een windpark. Op basis van een wettelijk voorgeschreven model en in een akoestisch onderzoek wordt het geluid naar de omgeving berekend, rekening houdend met het geluid dat de windmolen produceert (het bronvermogen) en de specifieke eigenschappen van de omgeving. In het akoestisch onderzoek worden meerdere - en ook cumulatieve - effecten onderzocht, er worden alternatieven aangegeven en maatregelen om de eventuele nadelige gevolgen te voorkomen.

Hoe zit het met slagschaduw?

Slagschaduw is de schaduw die de wieken van de windmolen kunnen veroorzaken op woonhuizen en kantoorgebouwen. In de wetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Heeft een huis een gevel met ramen, dan mag maximaal 17 dagen per jaar slagschaduw op de gevel vallen, gedurende 20 minuten per dag. De slagschaduw moet vooraf in beeld worden gebracht. Windmolens die relatief dichtbij woningen staan en de norm kunnen overschrijden moeten een automatische stilstandvoorziening hebben om aan de norm te kunnen voldoen.

Welke veiligheidsafstanden gelden?

Uit het Handboek Risicozonering Windturbines is onderstaande tabel afgeleid. Daarin staat een overzicht van de criteria vanuit veiligheid met indicatieve afstanden voor een 3 MW turbine met 120 meter rotordiameter en 198 meter tiphoogte (RVO, Veiligheid en windturbines – infoblad).

Veel normen gaan uit van de rotordiameter of de tiphoogte van turbines. Mocht een windmolen binnen de normafstand staan dan is in een aantal gevallen maatwerk mogelijk. Er kunnen dan aanvullende voorzieningen gevraagd worden zoals een versterkte mast of stilstandvoorzieningen bij een bepaalde windrichting en windkracht.

Ter informatie: een woning is een kwetsbaar object

SoortAfstandciteriumGenerieke afstanden 3MW windturbine (in meter) volgens het HRWLigt het object binnen deze afstand?
Kwetsbare objectenOp basis van PR=10-6 vuistregel: masthoogte+1/2 rotordiameter of de maximale werpafstand bij nominaal toerental198Dan is maatwerk mogelijk. Zie onder 'maatwerk'
Beperkt kwetsbare objectenOp basis van PR=10-5 vuistregel: 1/2 rotordiameter 45 tot 60Dan is maatwerk mogelijk. Zie onder 'maatwerk'
Rijkswegen1/2 rotordiameter uit de rand van de verharding met een minimum van 30 meter. Ook moet voor alle wegen binnen het invloedgebied van de windturbine het IPR en MR ten gevolge van de plaatsing van windturbines berekend worden.45 tot 60Afstemmen met Rijkswaterstaat en aantonen dat er geen onaanvaardbaar verhoogd (verkeers)veiligheidsrisico bestaat.
HoogspanningslijnenHoogste waarde van: maximale werpafstand bij nominaal toerental en ashoogte+1/2 rotordiameter198Afstemmen met netbeheerder (TenneT)
Buisleiding met gevaarlijke stoffen (ondergronds)Hoogste waarde van: maximale werpafstand bij nominaal toerental en ashoogte+1/2 rotordiameter198Afstemming tussen de ontwikkelaar en de eigenaar van de leiding (bijv. Gasunie)
(bovengronds)Maximale werpafstand bij overtoeren588Afstemming tussen de ontwikkelaar en de eigenaar van de leiding (bijv. Gasunie)
IndustrieMaximale werpafstand bij overtoeren588Afhankelijk van type industrie. Trefkans bepalen en afstemming met de eigenaar van de industrie.

Bijschrift bij tabel: Wettelijk kader • Art. 3.14 en 3.15a Activiteitenbesluit • Art. 3.14 Activiteitenregeling • Artikel 11 lid 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen

Wat is er bekend over laagfrequent geluid?

Laag Frequent Geluid (LFG) is geluid met een frequentie beneden 100/125 Hertz. Geluid met frequenties onder 20 Hz Hertz  wordt infrageluid genoemd. Dit is alleen waarneembaar voor mensen als het heel sterk is; de waarneming is dan niet als geluid te herkennen maar meer als ‘druk op de oren’ of als trilling.

De laatste jaren is er meer aandacht voor laagfrequent geluid en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan. In de meeste studies naar LFG wordt geconcludeerd dat er geen rechtstreeks verband kan worden aangetoond tussen windmolengeluid en gezondheidseffecten zoals hoge bloeddruk, ongunstige zwangerschapsuitkomsten, slaapoverlast en ziektes. Er is ook geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windmolens en gezondheidseffecten.

Wat wel blijkt uit het onderzoek is dat blootstelling aan windmolengeluid hinder kan veroorzaken. Die hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. De mate van hinder die wordt ervaren is bovendien een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van de windmolen (s), persoonlijke omstandigheden en of er sprake is van direct economisch baten bij de windmolen.

Vermoedelijk komt het expertisecentrum windenergie in 2020 met een factsheet geluid en windmolens.

Bronnen: fact sheet gemeente Bronckhorst, hierin staat ook een overzicht van de diverse onderzoeken www.bronckhorst.nl/home/vergaderingen-gemeenteraad_45360/agenda/gemeenteraad_30434/veelgestelde-vragen-over-duurzame-energiebronnenpdf_3959329.pdf).

Extra informatie:

Hoe zit het met gezondheidsschade/ effecten? Wat doet de gemeente met de voorzorgplicht medische risico’s?

Het is bekend dat er mensen zijn die hun gezondheidsklachten toeschrijven aan windmolens in hun omgeving. Uit onderzoek bij andere geluidbronnen, blijkt dat chronische hinder of het gevoel dat de kwaliteit van de leefomgeving afneemt, een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en het welbevinden. Het is duidelijk dat het geluid van windmolens eerder als hinderlijk wordt ervaren dan geluid van verkeer of industrie. Het kan niet worden uitgesloten dat het geluid van windmolens tot slaapverstoring leidt. Andere gezondheidseffecten zoals vermoeidheid, hoge bloeddruk of het windmolensyndroom zijn nog niet wetenschappelijk aangetoond. Het is overigens niet uitgesloten dat een (klein) aantal omwonenden klachten heeft die in de onderzoeksresultaten niet naar voren komen.

Wij volgen de RIVM richtlijn hierin.

Windmolens en vogels, gaat dat wel samen?

Voor vogels zijn beschermende bepalingen van kracht. Deze regels zijn onder andere vastgelegd in de Flora- en faunawet en in de Natuurbeschermingswet. Bij het ontwikkelen van een windmolen wordt daarom altijd naar de vogelstand gekeken en naar de verstoring van de leefomgeving ter plekken.

Wat zijn de gevolgen van windmolens voor ganzen en vleermuizen?

Dit is niet op voorhand te zeggen, daarom is een flora en fauna onderzoek verplicht.

Mogen er windmolens in of dichtbij natuurgebieden komen?

Voor het ontwikkelen van windmolens moeten verschillende onderzoeken worden uitgevoerd, waaronder het in beeld brengen van de effecten die windmolens hebben op de omgeving en natuur. Dit gebeurt via een flora en fauna onderzoek. Dat is een verplicht onderdeel van de ruimtelijke procedure.

Komt er verlichting op de windmolen?

Windmolens hoger dan 150 meter hebben verlichting in verband met de vliegveiligheid. Het is mogelijk om deze verlichting te dimmen en ook om het van de onderkant af te schermen. Dit hangt af van het type turbine.

Ik ben bang dat mijn huis straks minder waard is, klopt dat en wat kan ik daaraan doen?

Uit onderzoek van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam blijkt dat windmolens binnen een straal van twee kilometer de waarde van een woning met gemiddeld 1,4 tot 2,3 procent doen zakken; afhankelijk van de afstand tot een windmolen. Dit komt neer op een gemiddelde prijsdaling van 3.500 tot 5.600 euro. Uit later geactualiseerd onderzoek blijkt dat grotere windmolens zorgen voor een grotere prijsdaling, namelijk 5%. Zelfs twee tot drie jaar voor de komst van een geplande windmolen is er al een daling te zien in de woningwaarde.

De woningeigenaar kan 'planschade' claimen als de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijk geaccepteerde risico. Dit is het geval wanneer de woning meer dan 2% in waarde daalt. Het is ook mogelijk voor initiatiefnemers om planschade op voorhand uit te keren in plaats van om dit via een planschadeprocedure te regelen. Tenslotte kan een eigenaar ook een civiele procedure aangaan tegen de initiatiefnemer. Planschade is ook een onderwerp in het beleidskader grootschalig wind.

Bronnen

 

Wat zijn de gevolgen voor toerisme en recreatie?

De gevolgen zijn nu nog niet bekend. Er is beperkt onderzoek naar uitgevoerd en dit is veelal literatuuronderzoek naar (grotere) windparken. Dat onderzoek is mogelijk niet van toepassing voor Lochem omdat hier waarschijnlijk geen sprake zal zijn van grote windparken.

Meer informatie

Bijvoorbeeld door de gemeente Emmen (2016): www.gemeenteraademmen.nl/nc/vergaderingen/document/document/41862/via/theme%3A1435.html. Hieruit blijkt dat het toerisme slechts beperkt reageert op de aanwezigheid van windparken. Er is ook eigenlijk weinig voldoende onderzoek beschikbaar om harde conclusies te trekken.

Uit een eerder onderzoek in Friesland (2014), https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/02/2015%2007%2014%20MER%20Deel%20D%20Bijlagen%20excl.%20D-4a%2002-16.pdf#page=1134 (Bijlage D-18 Toerisme en recreatie – ETFI rapport op pagina 1134) bleek ook dat de studies onvoldoende bewijs leveren, zowel voor het ontstaan van schade aan de toeristische sector als voor het ontbreken van die schade.

Wat betreft het kustbezoek en de mogelijke gevolgen op toeristische activiteiten geldt dat er onderzoeken zijn waarin respondenten vooraf aangeven minder te komen, maar er is geen onderzoek gevonden waarin daadwerkelijk een afname van toeristisch bezoek is gemeten na realisatie van windparken https://www.nritmedia.nl/kennisbank/35869/effecten-van-windmolenparken-dicht-bij-de-kust-zijn-beperkt/?topicsid=. In dit onderzoek zijn mensen vooraf gevraagd wat zij van een windpark op zee vinden (2013, http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2014/02/Eindrapport-onderzoek-effecten-Wind-op-Zee-op-recreatie-en-toerisme.pdf). De meningen zijn deels negatief, maar ook hier zijn geen concrete gegevens bekend van de daadwerkelijke afname.

Er zijn overigens ook onderzoeken die voordelen van windparken zien: https://ponderaconsult.com/wp-content/uploads/2014/07/2014-06-Recreatie-Toerisme-Windmolenpark-houdt-toerisme-niet-tegen-kleur.pdf